Hoe schrijf je een goede achterflaptekst?

Alle pagina’s van het lesboek zijn geschreven. De meeste pagina’s zijn ge-dtp’d.  Dat is het moment waarop je de achterflaptekst aanlevert aan de dtp’er. De achterflaptekst is de tekst die op de achterkant van het boek komt te staan.

Het woord ‘achterflaptekst’ is eigenlijk best vreemd en het is vooral ook geen mooi woord. Een boek heeft een cover, dat klinkt prima, maar de tekst op de achterkant heet ‘flaptekst’? Dat lijkt niet goed bij elkaar te passen, maar het komt wel ergens vandaan. Het woord flaptekst is er al heel lang. Het komt uit de tijd dat boeken werden gebonden in linnen. Die in linnen gebonden boeken kregen een stofomslag met flappen, bedrukt met informatie over het boek en de auteur. De naam ‘flaptekst’ komt van die flappen.

Hoewel de naam dus niet echt aanspreekt, is de achterflaptekst wel heel belangrijk. Een flaptekst is de reclametekst voor je boek. Don’t judge a book by it’s cover, but by it’s flaptekst :-). Toch is het schrijven van die tekst vaak een haastklus, bijvoorbeeld als de planning strak is (lees: altijd). De tekst die je dan snel in elkaar zet, is misschien wel goed genoeg, maar of je ermee bereikt wat je ermee zou kunnen en willen bereiken? Waarschijnlijk niet. En dat is zonde.

“Hoe schrijf je een goede achterflaptekst?” verder lezen

7 tips voor het werken met inhoudsdeskundigen

In theorie ben ik een hele goede kapper (en het is voor iedereen beter als ik dat niet in de praktijk uitvoer), weet waar het om gaat in het koksvak en zou het best goed doen als medewerker van een bouwmarkt. Dat heb ik vooral geleerd van inhoudsdeskundigen. Door met ze te praten en de praktijk te ervaren. Zo heb ik bijvoorbeeld een praktijkles knippen gehad en reed ik mee in een kiepauto over een zandbaan.

Waarom zijn inhoudsdeskundigen nodig?

Inhoudsdeskundigen zijn altijd nodig. Een project kan niet zonder inhoudsdeskundigen. Als onderwijskundige weet je veel over leren. Die kennis gebruik je om leermiddelen te maken. Dat kun je niet alleen af met je onderwijskundige kennis. Je hebt ook inhoud nodig. Vanuit je eigen werk- en denkniveau maak je een begin met die inhoud, bijvoorbeeld door informatie te verzamelen en bestaand (les)materiaal te lezen. Om die inhoud goed te kunnen plaatsen, heb je inhoudsdeskundigen nodig. Zij kunnen je helpen om te bepalen wat belangrijk is en wat niet, relevante en actuele voorbeelden geven en vertellen of wat je hebt opgeschreven klopt. Voor de ‘makkelijker’ te begrijpen onderwerpen heb je trouwens net zo hard inhoudsdeskundigen nodig als voor de ‘moeilijker’ te begrijpen onderwerpen. Een onderwijskundige is namelijk geen kapper, kok, bouwmarktmedewerker of vul maar aan met elk willekeurig beroep. Je kijkt van buitenaf naar het beroep en hebt hulp nodig om van binnenuit naar het beroep te kunnen kijken. Hierdoor snap je waar het echt over gaat en kun je uiteindelijk het verschil maken in het leermiddel.

“7 tips voor het werken met inhoudsdeskundigen” verder lezen