De VUCA-wereld: wat is het en hoe ga je ermee om?

‘Kom ik uit een ei, dat ik geen idee heb wat de VUCA-wereld is?’ En omdat jij nu geen idee hebt waarom ik mij dit afvroeg, hieronder het citaat dat mijn hersens liet kraken.

In deze MOOC (aangeboden door breinleiderschap.nl) tref je informatie over hoe de neurowetenschap je kan helpen om het hoofd te bieden aan alle uitdagingen die de VUCA-wereld van je vraagt. 

Ja, dus, dat. Het is verwarrend en onduidelijk, maar ook wel weer een mooie gelegenheid om weer wat nieuws te leren. En dus schreef ik me in voor deze MOOC die kennis uit de neurowetenschap koppelt aan de uitdagingen van de VUCA-wereld waarin we leven. De MOOC is opgebouwd uit vier thema’s: veranderen, uitblinken, crisis en groei, en aanpassen.

“De VUCA-wereld: wat is het en hoe ga je ermee om?” verder lezen

Virtual reality in online onderwijs

Alweer het derde deel van het afscheidscadeau van de rector van de Open Universiteit: een serie modules over online onderwijs. En waar ik aan deel twee een beetje het gevoel van ‘mwah, is dit het nu’ overhield, werd ik van deze een stuk enthousiaster. Nou ja, van een groot deel tenminste. Gelukkig maar, want daardoor was het dit keer niet zo’n worsteling om er doorheen te komen én heb ik weer wat nieuwe kennis opgestoken. Ik volgde de module ‘virtual reality in online onderwijs‘.

Lees ook: wat is online onderwijs?

“Virtual reality in online onderwijs” verder lezen

Activeren in online onderwijs

De OU-module ‘activeren in online onderwijs’ is deel 2 van het afscheidscadeau van de rector. Deze module gaat over vormen van online onderwijs, het onderwijsproces, mogelijkheden, geschikte werk- en feedbackvormen en de rol van docenten in online onderwijs. Het belooft een ‘proeverij van de mogelijkheden’ te zijn. Na afloop had ik niet echt een bevredigd gevoel. Om in termen van eten te blijven: alsof je verkouden bent en het eten niet proeft. Je eet wel, maar het doet je niets. Het viel een beetje tegen dus. Hoe kwam dat?

“Activeren in online onderwijs” verder lezen

Wat is online onderwijs?

Welk afscheidscadeau geef je aan een rector van de Open Universiteit? Een reeks micromodules over activerend online onderwijs! Dat had je bijna zelf kunnen bedenken toch? Maar interessant is het zeker. Ik heb me daarom aangemeld en volgde de eerste micromodule: Wat is online onderwijs? Hieronder lees je wat ik interessant vond en op welke punten de module stof tot nadenken heeft gegeven.

Wat is online onderwijs?

De definitie van online onderwijs is eigenlijk een beetje vreemd. Je spreekt van online onderwijs als meer dan 80 procent van de content online wordt aangeboden. Als 30 tot 80 procent van de content online is, noemen ze het blended learning en als minder dan 30 procent online is, dan is het face-to-face onderwijs. De scheidslijnen worden dus bepaald door percentages. Dat is vreemd omdat het online aanbieden van content, of überhaupt het aanbieden van content, nog geen onderwijs maakt. Daarvoor moet je zorgen dat leerfuncties aan bod komen. Denk aan vormen van verwerking of toetsing.

“Wat is online onderwijs?” verder lezen

Transfer van leren: van concreet naar abstract

Denk eens terug aan de opleidingen of trainingen die jij zelf hebt gevolgd… Pas jij wat je daarin hebt geleerd toe in de praktijk? Waarom lukt dat wel of niet? Grote kans dat je op deze vragen iets antwoord als: ‘ik had er niets aan’ of ‘in mijn werk gaat het nu eenmaal anders’. Uit onderzoeken blijkt dat slechts 40% van de aangeleerde kennis in trainingen na afloop direct wordt toegepast in het werk. Zes maanden na de training, wordt daarvan nog slechts 25% toegepast. Na een jaar tijd is dit nog maar 15%. Dat is niet zo veel dus. Het toepassen van wat je geleerd hebt in een nieuwe situatie, noem je transfer. Het is één van de moeilijkste dingen bij onderwijs en opleiden.

Transferafstand

Je kunt onderscheid maken tussen nabije en verre transfer. Nabije transfer betekent dat de leersituatie erg lijkt op de situatie waarin je het moet toepassen. Bij verre transfer zijn de verschillen groter, waardoor er altijd een vertaalslag gemaakt moet worden.  Nabije transfer is ‘makkelijker’ dan verre transfer. Je ziet het vaak bij taken die procedureel zijn. Dit zijn taken waarbij er vaste regels en routines zijn. Denk aan het leren werken met bepaalde software. Bij verre transfer zijn de taken vaak complexer. Kennis moet bijvoorbeeld gecombineerd worden of net iets anders worden toegepast. Het gaat vaak ook om situaties waarin er niet één juiste aanpak is. 

Waarom is transfer zo lastig?

Transfer, en dan vooral de verre, is zo lastig omdat je op een abstract niveau naar de stof moet kunnen kijken. Als je de abstracte principes begrijpt, kun je inschatten of je die principes kunt toepassen om een nieuw probleem op te lossen. (En dan laat ik om het niet al te ingewikkeld te maken, alle factoren eromheen die ook van invloed zijn, zoals motivatie of ondersteuning in de werksituatie, even buiten beschouwing. Anders wordt het een heel boekwerk, in plaats van een blogpost).

Concreteness fading

Op de blog van de learning scientists vond ik een interessant artikel over transfer: Concreteness Fading: A Method To Achieve Transfer. In het Nederlands klinkt dat helaas lang zo lekker niet: ‘het vervagen van concreetheid: een methode om transfer te realiseren’.  Dat klinkt nog een beetje vaag ;-).

Waar het om gaat is het volgende:  verschillende onderzoeken laten zien dat het geven van concrete voorbeelden transfer makkelijker maakt. Tegelijkertijd kan dit juist ook problemen geven. Leerlingen kunnen de voorbeelden namelijk ook uit hun hoofd leren waardoor er geen transfer is. De clou is daarom om niet alleen concrete voorbeelden te geven, maar langzaam een overgang te maken van concrete voorbeelden naar meer abstracte representaties. Je begint met concrete voorbeelden, vervangt daarna concrete voorbeelden door meer abstracte informatie en gaat tenslotte helemaal over op (het begrijpen van) de abstracte principes. Dit proces noem je ‘concreteness fading’.  In feite is het niets anders dan scaffolding. Je ondersteunt de leerling om steeds een stapje verder te komen (van concreet naar abstract) en past daarbij de hulp die nodig is aan het niveau van de leerling aan.

Toepassing bij het ontwikkelen van leermiddelen

Dat het eigenlijk een vorm van scaffolding is, doet er overigens niets aan af dat ‘concreteness fading’ een prima concept is om toe te passen als je leermiddelen ontwikkelt. Dat kun je doen door na te denken over:

  • concrete voorbeelden
  • waarom die concrete voorbeelden bij abstracte principes horen
  • wat moeilijker en makkelijker te begrijpen abstracte principes zijn
  • de opbouw van voorbeelden naar abstracte principes
  • hoe je leerlingen kunt helpen om abstracte principes te herkennen en toe te passen in nieuwe situaties

 

 

Formatief toetsen in het schaatsen

Zo vlak voor het einde van het schaatsseizoen, kan deze blogpost nog net… Ik weet niet beter of je hoort te kunnen schaatsen. Voor mijn ouders hoorde dat bij de opvoeding. Als baby ging ik al in de kinderwagen mee over het ijs. Later ging ik op schaatsles. Daar leerde ik spelenderwijs de techniek. Bijna ongemerkt ging ik steeds beter en sneller schaatsen. Ik vond het vooral erg leuk en heb ook nu nog profijt van wat ik toen geleerd heb.

Voor topschaatsers gaat dat proces net wat anders. Leren en jezelf verbeteren is een veel bewuster proces. Dat moet, want het kunnen de kleinste veranderingen in techniek zijn die het verschil maken tussen jou en je concurrent, tussen winst en verlies en tussen een baanrecord of niet. Eén van de succesvolste schaatscoaches is Jac Orie. Vanaf 2002 pakten zijn schaatsers tijdens elke Olympische Spelen wel één of meer gouden plakken. Jac Orie heeft een wetenschappelijke achtergrond en gebruikt die in de topsport. Alles wordt gemeten, data worden opgeslagen en van daaruit wordt verder gedacht.  Hij zegt: ‘Het is eigenlijk trainen, testen, trainen, testen, trainen en testen; een soort cirkel. En in die cirkel staat leren.’ Feitelijk is wat hij doet een vorm van formatief toetsen.

“Formatief toetsen in het schaatsen” verder lezen

Effectieve feedback in e-learning

De vraag: ‘Hoe gaan we om met feedback?’, komt in ieder nieuw project vroeg of laat om de hoek kijken. Eerder vroeg dan laat trouwens. Ook nu is ‘ie weer actueel. Samen met mijn team ontwikkel ik een onderwijsmethode voor schoonheidsspecialisten (mbo-niveau 3 en 4).  Voor een deel bestaat die uit e-learning. Of als je naar de kleinere elementen daarin kijkt: online werkvormen. Als leerling wil je natuurlijk weten hoe je die gemaakt hebt. Als ontwikkelaar kun je dat op verschillende manieren inrichten. Grofweg zijn er daarbij twee opties:

Manieren om feedback te geven

  1. Je hebt het goed gedaan of niet, met een toelichting op het juiste antwoord.
  2. Je hebt het goed gedaan of niet. Als je het goed gedaan hebt, krijg je een toelichting op het goede antwoord. Als je het niet goed gedaan hebt, krijg je eerst een hulpvraag of -informatie om zelf tot het goede antwoord te komen. Daarna krijg je een toelichting op het juiste antwoord.

In beide gevallen helpt de feedback een leerling verder in zijn leerproces. Welke van de twee kun je nu het beste kiezen?  Daarvoor is het belangrijk om eerst een stapje terug te doen, namelijk door te kijken naar het begrip ‘feedback’. Waarom is feedback belangrijk voor leren?

“Effectieve feedback in e-learning” verder lezen