Formatief toetsen in het schaatsen

Zo vlak voor het einde van het schaatsseizoen, kan deze blogpost nog net… Ik weet niet beter of je hoort te kunnen schaatsen. Voor mijn ouders hoorde dat bij de opvoeding. Als baby ging ik al in de kinderwagen mee over het ijs. Later ging ik op schaatsles. Daar leerde ik spelenderwijs de techniek. Bijna ongemerkt ging ik steeds beter en sneller schaatsen. Ik vond het vooral erg leuk en heb ook nu nog profijt van wat ik toen geleerd heb.

Voor topschaatsers gaat dat proces net wat anders. Leren en jezelf verbeteren is een veel bewuster proces. Dat moet, want het kunnen de kleinste veranderingen in techniek zijn die het verschil maken tussen jou en je concurrent, tussen winst en verlies en tussen een baanrecord of niet. Eén van de succesvolste schaatscoaches is Jac Orie. Vanaf 2002 pakten zijn schaatsers tijdens elke Olympische Spelen wel één of meer gouden plakken. Jac Orie heeft een wetenschappelijke achtergrond en gebruikt die in de topsport. Alles wordt gemeten, data worden opgeslagen en van daaruit wordt verder gedacht.  Hij zegt: ‘Het is eigenlijk trainen, testen, trainen, testen, trainen en testen; een soort cirkel. En in die cirkel staat leren.’ Feitelijk is wat hij doet een vorm van formatief toetsen.

Formatief en summatief toetsen

Formatief toetsen doe je om docenten en leerlingen informatie te geven over de mate waarin de leerstof beheerst wordt. Die informatie kun je vervolgens gebruiken om het leerproces bij te sturen en het lesgeven en leren te verbeteren. Naast formatief toetsen is er summatief toetsen. Dit doe je om een beslissing te nemen over zakken of slagen. Een summatieve toets is gebonden aan een norm en zegt iets over de mate waarin een leerling aan die norm voldoet. Het resultaat telt mee voor bijvoorbeeld een eindcijfer.

Balance is the key

In de ideale situatie is er een goede balans tussen leren en toetsen. Onderwijs- en beoordelingstijd zijn dan in evenwicht en er is voldoende formatieve toetsing, voordat er summatief getoetst wordt. Dat ziet er bijvoorbeeld zo uit:

Balans tussen formatief en summatief toetsen
Bron afbeelding: ICLON

Als je kijkt naar het schaatsen, levert de cyclus van trainen-testen-trainen-testen resultaat op. De summatieve toets, de wedstrijd tijdens de Olympische Spelen, wordt behaald. Hoe komt dat? Jac Orie heeft blijkbaar de juiste balans gevonden tussen formatief en summatief toetsen. En datgene wat hij in dat proces doet (de trainingsinterventies) heeft resultaat. Samen zorgt dit ervoor dat de wedstrijd wordt gewonnen. Formatief toetsen zorgt hier dus voor succes op de summatieve toets.

Cultuuromslag

Hoe werkt dat in het onderwijs? Als je kijkt naar discussies op bijvoorbeeld Twitter en LinkedIn, lijkt het erop dat er een overgang gaande is van een cultuur van vooral summatief toetsen naar meer formatief toetsen. Dat zie je bijvoorbeeld aan publicaties als ‘Toetsrevolutie‘ en ‘Cijfers geven werkt niet‘.

Van oudsher is het traditie om toetsen af te nemen en die met een cijfer te beoordelen. Dat doen we omdat we het al eeuwen zo doen. En niet per se omdat het de beste manier is om ervoor te zorgen dat iemand iets leert. Misschien herken je wel van jezelf dat je beter je best doet/deed als je weet dat een cijfer ‘meetelt’ en kort voor de toets pas begint/begon met leren, zodat je het op het moment van toetsen allemaal weet en daarna meteen weer vergeet. Bij een andere balans tussen formatief en summatief toetsen, was je al eerder begonnen met leren en daardoor is de kans dat je het blijft onthouden groter. Niet alleen omdat dit al eerder van je gevraagd wordt, maar ook omdat het een andere leerhouding vraagt.

De cultuuromslag die gaande is betekent overigens niet dat er niet meer summatief getoetst wordt, onderweg naar bijvoorbeeld het schoolexamen. Dat is echt nog een brug te ver. En misschien ook wel niet wenselijk, omdat je ergens een keer een officiële beslissing moet nemen of iets goed genoeg is of niet.

Docenten als de Jac Orie’s van het onderwijs

Los van de cultuuromslag en hoe ver die gaat, is het bij de ontwikkeling van leermiddelen belangrijk om te zorgen voor een goede balans tussen formatieve en summatieve toetsing. Voor docenten is het belangrijk dat er een goede aansluiting is tussen leermiddelen en de exameneisen. Of je nu een voor- of tegenstander bent van opleiden richting het (summatieve) examens, het feit blijft dat leerlingen uiteindelijk het examen moeten halen om hun diploma te krijgen. Daarbij wil je docenten genoeg handvatten meegeven om het leerproces zo te sturen, dat leerlingen uiteindelijk hun diploma halen. Leerlingen zelf hebben hierin natuurlijk ook een rol. Daarom wil je ze inzicht geven in waar ze staan en wat ze nog moeten doen om uiteindelijk op het juiste niveau uit te komen.

Dit kun je op verschillende manieren vormgeven. Denk bijvoorbeeld aan instaptoetsen, het type feedback dat je geeft, de manier waarop je voortgang meet en hoe je voortgang laat zien. Het allerbelangrijkste daarbij is dat je erover nadenkt hoe je zorgt voor een goede balans tussen leren en (formatief) toetsen. Het doel van een leermiddel is nu eenmaal om te zorgen dat een leerling iets leert en je moet weten of dat zo is. Het voordeel van een digitaal leermiddel is daarbij dat je een docent daarin kunt ontzorgen en ondersteunen, zodat deze weet wat er gebeurt en daarop kan sturen. En daarmee maak je van docenten de Jac Orie’s van het onderwijs.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *