Hoe schrijf je een goede achterflaptekst?

Alle pagina’s van het lesboek zijn geschreven. De meeste pagina’s zijn ge-dtp’d.  Dat is het moment waarop je de achterflaptekst aanlevert aan de dtp’er. De achterflaptekst is de tekst die op de achterkant van het boek komt te staan.

Het woord ‘achterflaptekst’ is eigenlijk best vreemd en het is vooral ook geen mooi woord. Een boek heeft een cover, dat klinkt prima, maar de tekst op de achterkant heet ‘flaptekst’? Dat lijkt niet goed bij elkaar te passen, maar het komt wel ergens vandaan. Het woord flaptekst is er al heel lang. Het komt uit de tijd dat boeken werden gebonden in linnen. Die in linnen gebonden boeken kregen een stofomslag met flappen, bedrukt met informatie over het boek en de auteur. De naam ‘flaptekst’ komt van die flappen.

Hoewel de naam dus niet echt aanspreekt, is de achterflaptekst wel heel belangrijk. Een flaptekst is de reclametekst voor je boek. Don’t judge a book by it’s cover, but by it’s flaptekst :-). Toch is het schrijven van die tekst vaak een haastklus, bijvoorbeeld als de planning strak is (lees: altijd). De tekst die je dan snel in elkaar zet, is misschien wel goed genoeg, maar of je ermee bereikt wat je ermee zou kunnen en willen bereiken? Waarschijnlijk niet. En dat is zonde.

Het doel van een achterflaptekst

Ik denk dat veel onderwijskundigen hetzelfde probleem hebben. We schrijven vanuit de inhoud. Onze lesboeken leggen de inhoud van een vak aan leerlingen uit. De tekst die we voor de achterkant van het boek schrijven doet precies hetzelfde. Denk aan: ‘Dit boek gaat over techniek x voor leerling y.’  Een  onderwijskundige die ‘even snel’ een achterflaptekst zal dit meestal op deze manier doen. En daarmee vertel je wel waar het boek over gaat, maar je doet niets extra’s. Terwijl een achterflaptekst ook bedoeld is om een lesboek te verkopen.

Een lesboek schrijf je namelijk niet voor de lol, en ook niet alleen om iemand iets te leren. Vaak komt de opdracht van een uitgever, die een heel verkoopmodel heeft losgelaten op het boek dat jij hebt geschreven. Er zijn inschattingen gedaan van de verkoopcijfers en van de combinaties waarin de boeken verkocht gaan worden (bijvoorbeeld los of in pakketten). Dat verkoopmodel kan alleen gerealiseerd worden als het boek daadwerkelijk verkocht wordt. Een achterflaptekst moet daaraan bijdragen. Het moet de aandacht trekken en de lezer verleiden om het boek te kopen. En dat geldt dus ook voor een lesboek.

Tips voor het schrijven van een achterflaptekst

Een goede achterflaptekst is kort en krachtig. Kort is daarbij heel kort. Over het algemeen wordt zo’n 125 woorden aangeraden, en daarbij moet je eigenlijk in de eerste 50 tot 75 woorden al helemaal hebben overgebracht wat je wilt overbrengen. Dat komt omdat de tekst die online boekhandelaren kunnen plaatsen vaak maar twee regels lang is.

Daarbij moet de tekst niet alleen iets vertellen over de inhoud, maar ook prikkelen. De tekst moet ervoor zorgen dat je nieuwsgierig wordt naar het boek. Om dat goed te doen bedenk je eerst voor wie je schrijft. Aan wie wil je het boek verkopen? En waarmee kun je diegene over de streep trekken om het boek te kopen?

Denk ook na over de vorm van de tekst. Schrijf je in lopende tekst? Of begin je met lopende tekst en ga je daarna over op trefwoorden die nieuwsgierig maken naar de inhoud? Wil je quotes gebruiken?  Gebruik je afbeeldingen? Let er ook op dat de vorm van de tekst aansluit bij de rest van de vormgeving. De tekst die je schrijft moet passen bij de stijl van het boek.

Natuurlijk hoef je niet zelf het wiel uit te vinden. Laat je inspireren door anderen. Bekijk achterflapteksten van andere boeken. Wat vind je er goed aan en wat niet? Hoe is de tekst geformuleerd? Wat doet die ene zin voor de koper/lezer van het boek? Zoek daarbij de inspiratie ook in andere soorten boeken. Kijk dus niet alleen naar lesboeken. Gebruik deze inspiratie om keuzes te maken voor je eigen achterflaptekst.

En tot slot: zoek een kritische lezer. Iemand die de inhoud van het boek niet kent. Vraag je kritische lezer of duidelijk is waar het boek over gaat, of hij nieuwsgierig wordt naar het boek en of hij het boek zou willen kopen. Als het antwoord op alle drie deze vragen ‘ja’ is, dan zit je helemaal goed.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *