Chat met Willem: leren van chatbots

Willem van Oranje is alive! Nou ja, virtueel dan. In werkelijkheid is hij natuurlijk al heel lang geleden vermoord door Balthasar Gerards. Maar uitgever ThiemeMeulenhoff en onderwijscentrum Helpr hebben hem weer tot leven gewekt met een chatbot. In ‘chat met Willem’ kun je hem al je vragen stellen. In deze blogpost leg ik uit wat een chatbot is en hoe je chatbots voor leren en ontwikkelen kunt inzetten. 

Chat met Willem

Wat is een chatbot?

Chatbots zijn een toepassing van kunstmatige intelligentie. Het zijn robots die met geschreven tekst automatisch kunnen reageren op vragen van gebruikers. Denk bijvoorbeeld aan de virtuele medewerkers van klantenservices die je tegenkomt op websites.

Lees ook: de nationale AI-cursus

Hoe kun je chatbots inzetten voor leren en ontwikkelen?

Helen Blunden heeft al eerder een aantal toepassingen in een blogpost op een rijtje gezet. Chatbots kunnen:

  • je door een registratieproces van een online cursus of masterclass leiden
  • links en andere bronnen bieden op het moment dat jij dat nodig hebt (denk aan performance support)
  • suggesties geven over aanvullingen of verdiepende materialen (na afloop)
  • notificaties geven over uit te voeren taken, bij te wonen sessies of andere relevante nieuwtjes
  • berichten vervangen die normaliter via email worden verstuurd
  • worden gebruikt bij de evaluatie

Dit zijn vooral voorbeelden van faciliterende chatbots. Maar chatbots kun je ook inzetten voor educatieve toepassingen en reflectie. Ennuonline geeft daar een mooi overzicht van.

Beperkingen van chatbots

Je hebt zelf vast ervaring met conversaties met chatbots waarin de chatbot er niet uitkwam met je vragen of vreemde antwoorden gaf. Een gesprek met een chatbot heeft zijn beperkingen, maar chatbots worden steeds beter. Dat komt omdat ze ‘opgevoed’ met kunstmatige intelligentie, waardoor ze leren van de antwoorden en steeds slimmer worden. Een leuke test vind je hier: chatbot or not. Lukt het jou om de chatbots te onderscheiden van echte mensen?

Chatbots kunnen lerenden prima helpen als de vragen routinematig zijn. Zodra het gesprek meer betekenisvol en complex wordt of er emotie bij komt kijken, wordt het moeilijker. Voor dat soort zaken zijn chatbots gewoon minder geschikt, omdat ze lastig te automatiseren zijn.

Chat met Willem

Ook de ‘chat met Willem’ heeft zijn beperkingen, bijvoorbeeld omdat het Nederlands van Willem van Oranje niet met de tijd is meegegroeid en ook broken links bevat. Qua didactiek gaat het de chatbot (gelukkig) wel wat verder dan alleen vraag en antwoord. Willem kan ook zelf vragen stellen om voorkennis te activeren en het niveau in te schatten. Dat helpt om de antwoorden gerichter te laten zijn. Daarnaast wordt ook extra uitleg gegeven, bijvoorbeeld met video’s. Al met al vind ik het een erg leuk initiatief en zeker de moeite waard om zelf ook eens te proberen!

Learning is curiosity not curriculum #NLE2019

Learning is curiosity not curriculum. Dat is de zin die mij het meest is bijgebleven uit de keynote van Elliot Masie.

Elliot Masie is vooral bekend als organisator van het jaarlijkse inspirerende Masie Learning event. Hij is ook de leider van het Masie Learning Consortium, een denktank met 230 grote organisaties, die nadenken en spreken over de belangrijkste ontwikkelingen in dit vakgebied. Je kunt hem dus wel met recht één van de goeroes in het vakgebied noemen. Zijn keynote op Next Learning 2019 ging over veranderingen en de impact van veranderingen.

Zelf e-learning volgen?

Eén van de eerste vragen van Elliot was of iemand in de zaal zelf de laatste tijd een e-learningmodule heeft gevolgd. Het antwoord (en dat was ook mijn eigen antwoord): nee. Want daar heb je geen tijd voor of daar maak je geen tijd voor. Hetzelfde geldt voor het volgen van webinars. Het gros van de mensen die zich daarvoor inschrijft komt uiteindelijk niet opdagen (want geen tijd) en de mensen die er zijn doen tijdens de webinar allerlei andere dingen, dan luisteren en meedoen. Aanvullend hierop geldt voor mezelf dat de e-learnings die ik gedaan heb vaak saai zijn en eerder een vorm van e-teaching. En dan moet je het onderwerp wel heel interessant of relevant vinden om het vol te houden.

Elliot Masie zegt dat e-learningmodules of webinars niet of niet helemaal worden gevolgd, omdat de lerenden veranderen. Aandacht en focus zijn lastig. De gemiddelde tijd die een video wordt bekeken is 183 seconden en een tekst uitlezen (bijvoorbeeld uit een boek), is ook moeilijk. Lerenden gebruiken internet op het moment dat ze iets willen weten.

Breder repertoire van (leer)oplossingen

Als je zelf al geen e-learningmodule volgt, en je weet dat het gedrag van lerenden zo verandert: waarom zou je dan nog e-learningmodules ontwikkelen? En ja, dat is een fijne zwart-wit vraag, waarop het antwoord wel een beetje grijs is. Het leren en de manier waarop je naar leren kijkt, zal moeten veranderen. Een goede vorm van e-learning is dan een mogelijke oplossing, maar niet de standaardoplossing. Het gaat erom dat je uit een breder repertoire van mogelijkheden het beste kiest. En dat hoeven niet per se formele leeroplossingen te zijn. Misschien wel juist niet of veel minder. Dat past ook heel goed binnen het gedachtegoed van performance support.

Learning is curiosity, not curriculum

Daarbij is het belangrijk dat het leren relevant en engaging is. Lerenden willen iets leren omdat ze er nu wat aan hebben. Gestuurd vanuit nieuwsgierigheid. En die nieuwsgierigheid is niet per se hetzelfde als dat wat het formele curriculum zegt. Maar het is natuurlijk wel het mooist als het lukt om dit te laten samenvallen. En daar komt de uitspraak: ‘learning is curiosity, not curriculum’ vandaan.

Tips voor L&D’ers

Elliot Masie noemde nog meer veranderingen. Die kun je hier nalezen. Tot slot gaf hij ons, als L&D’ers, een aantal tips mee:

  • Wees een lerende en experimenteer (bijvoorbeeld met AI). Durf daarbij te falen.
  • Denk na over hoe je de impact van leren kunt vergroten. Hoe kun je lerenden (ook op langere termijn) motiveren?
  • Maak leren leuk. Hier ben ik het zelf niet mee eens. Leren moet vooral relevant zijn en duidelijk bijdragen aan een doel.

Gepersonaliseerd leren: wat, waarom en hoe #NLE2019

Redelijk last-minute ging ik naar Next Learning 2019, een event voor Learning & Development professionals. Een gevalletje eigenlijk geen tijd, maar zou wel willen én een kaartje dat op mijn pad kwam. Zo kwam ik terecht in een sessie over gepersonaliseerd leren: gepersonaliseerd leren voorbij de hype en in de praktijk.

Zelf doe ik nu vrij weinig met gepersonaliseerd leren, maar ik heb het idee dat we dit wel zouden moeten doen. Ik hoopte dat deze sessie mij daarin meer duidelijkheid zou geven en misschien ook wat handvatten van kanten die we op kunnen gaan.

De omschrijving van de sessie

Gepersonaliseerd leren is populair maar ook nog een ‘fuzzy’ begrip. Wat zijn de mogelijkheden om ‘one size fits one’ learning and development mogelijk te maken? Hoe kunnen we gepersonaliseerd leren vormgeven via learning design en technologie? Welke praktijkvoorbeelden zijn er al, met welk resultaat en wat kunnen we daarvan leren? Deze sessie geeft je een kijkje in de wereld van gepersonaliseerd leren en laat een aantal concrete praktijkcases zien.

“Gepersonaliseerd leren: wat, waarom en hoe #NLE2019” verder lezen

Hoe betrouwbaar zijn algoritmes?

Hunkemöller werkt al drie jaar met een videoselectie van kandidaten. Kandidaten beantwoorden in een video-opname twee vragen die veel zeggen over hun persoonlijkheid. Tot nu toe werden die video’s beoordeeld door recruiters. Dat werkte goed, maar maakte de doorlooptijd van de sollicitatieprocedure ook langer.

Om die in te korten, gaat Hunkemöller nu nog een stap verder. De video-opname wordt beoordeeld door een algoritme. Dit algoritme is gebaseerd op hun 100 succesvolste medewerkers. Hiermee wordt bepaald of je bij Hunkemöller past. Verondersteld wordt dat dit een objectiever resultaat geeft. Maar is dat ook zo? Hoe betrouwbaar zijn algoritmes?

Videoselectie: hoe betrouwbaar zijn algoritmes?

Om te beginnen: ik vind het een interessante ontwikkeling. In eerste instantie dacht ik ‘nee, dat kan niet’. Maar daarna bedacht ik dat een selectieprocedure altijd een subjectief proces is. En ook al zijn het ervaren recruiters, die gewend zijn om video’s te beoordelen, er blijft altijd een subjectief aspect. Ik moest ook denken aan een vraag uit de nationale AI-cursus, die er over ging of je een diagnose liever door een dokter of door een algoritme zou laten stellen. Gevoelsmatig kies je (of in ieder geval: ik) voor de dokter. Maar er is alle kans dat een algoritme het een stuk beter doet. Tegelijkertijd zijn algoritmes even bevooroordeeld als de mensen die ze maken. Kortom: eigenlijk weet ik het nog steeds niet. Ik ben dan ook heel benieuwd of deze aanpak van Hunkemöller succesvol blijkt te zijn.

Wat is online onderwijs?

Welk afscheidscadeau geef je aan een rector van de Open Universiteit? Een reeks micromodules over activerend online onderwijs! Dat had je bijna zelf kunnen bedenken toch? Maar interessant is het zeker. Ik heb me daarom aangemeld en volgde de eerste micromodule: Wat is online onderwijs? Hieronder lees je wat ik interessant vond en op welke punten de module stof tot nadenken heeft gegeven.

Wat is online onderwijs?

De definitie van online onderwijs is eigenlijk een beetje vreemd. Je spreekt van online onderwijs als meer dan 80 procent van de content online wordt aangeboden. Als 30 tot 80 procent van de content online is, noemen ze het blended learning en als minder dan 30 procent online is, dan is het face-to-face onderwijs. De scheidslijnen worden dus bepaald door percentages. Dat is vreemd omdat het online aanbieden van content, of überhaupt het aanbieden van content, nog geen onderwijs maakt. Daarvoor moet je zorgen dat leerfuncties aan bod komen. Denk aan vormen van verwerking of toetsing.

“Wat is online onderwijs?” verder lezen

AI is booming business

Of het aan mijn eigen LinkedIn-gedrag ligt of aan de mensen of de hashtags die ik volg weet ik niet, maar ik zie de laatste tijd veel bijdragen over AI (artificial intelligence). In mijn timeline zijn er veel mensen die de nationale AI-cursus promoten. Daarnaast zie ik ook andere dingen gebeuren. AI is booming business.

Performance AI

Zo lanceert Cap Gemini ‘Performance AI‘ een programma waarmee ze bedrijven ondersteunen om AI toe te passen. Denk aan schaalvergroting, het inzetten van AI om de kracht van mensen beter te benutten, om bedrijfsprocessen te transformeren, en om ethiek en innovatie. Ik vind het slim bedacht. Er zal zeker wel vraag naar zijn. Natuurlijk heeft het eigen Cap Gemini Research Institute hier ook onderzoek naar gedaan. Anders begint een organisatie als deze niet aan zoiets. Het moet natuurlijk ook geld in het laatje brengen.

“AI is booming business” verder lezen

10 year challenge: waarom ik niet meedoe

Op social media ontkom je er niet aan: de 10 year challenge. Het idee is dat je een foto van 10 jaar geleden post en een vergelijkbare foto van nu ernaast zet.  Mijn 10 year challenge plaats ik bewust niet.

#10year challenge

Algoritmes verbeteren

Waarom plaats ik mijn eigen foto’s hier niet? Allereerst wil ik niet dat privéfoto’s tot in de eeuwigheid openbaar op internet staan. Daarnaast heb ik de nationale AI-cursus gevolgd en daar het een en ander geleerd over algoritmes. Foto’s uit deze challenge kunnen gebruikt worden om algoritmes rond gezichtsherkenning en/of veroudering te verbeteren. Dat hoeft niet per se een slechte zaak te zijn, maar het kan wel. Afhankelijk van waar het voor gebruikt wordt. Stel dat een verzekeringsmaatschappij aan de hand van mijn foto’s concludeert dat ik relatief snel verouder, dan zouden ze (in theorie) kunnen besluiten om mijn verzekeringspremie te verhogen. Dat soort dingen dus, die wat mij betreft ongewenst zijn. Het is zeker niet gezegd dat dit ook echt gebeurt, maar zelf heb je daar geen invloed op.

“10 year challenge: waarom ik niet meedoe” verder lezen

De nationale AI-cursus

Van zelfrijdende auto’s, chatbots waarmee je chat bij webwinkels, de newsfeed van Facebook en de robotstofzuiger tot en met robot Alphie die je welkom heet in het gemeentehuis… Artificial intelligence (oftewel AI) is verweven in veel aspecten van het dagelijks leven.

Daarom is het belangrijk dat niet alleen de experts weten hoe het werkt, maar ook de gewone Nederlander. De nationale AI-cursus moet daarvoor zorgen. De initiatiefnemers hopen in ieder geval 1% van de Nederlandse bevolking te bereiken.

“De nationale AI-cursus” verder lezen