Virtual reality in online onderwijs

Alweer het derde deel van het afscheidscadeau van de rector van de Open Universiteit: een serie modules over online onderwijs. En waar ik aan deel twee een beetje het gevoel van ‘mwah, is dit het nu’ overhield, werd ik van deze een stuk enthousiaster. Nou ja, van een groot deel tenminste. Gelukkig maar, want daardoor was het dit keer niet zo’n worsteling om er doorheen te komen én heb ik weer wat nieuwe kennis opgestoken. Ik volgde de module ‘virtual reality in online onderwijs‘.

Lees ook: wat is online onderwijs?

Vorm

Bijna zonder nog een letter gelezen te hebben, werd ik al enthousiast. Dat kwam door de gekozen vorm. De module gaat niet alleen over virtual reality, maar laat het je ook zelf ervaren. En dat kan in meer of minder fancy vormen (met of zonder van die brillen enzo), dus voor iedereen te doen. Het uitgangspunt van de eerste opdracht is om maar gewoon te gaan doen en te proberen en zo verschillende vormen van virtual reality te ervaren. En vervolgens na te denken over wat je er onderwijskundig mee zou kunnen.

Augmented reality en virtual reality

Vanuit die eigen ervaring, krijg je vervolgens een stuk theorie, in de vorm van een interview. Omdat mijn internetverbinding hier veel moeite mee had, heb ik het bij het lezen van het transcript gehouden. Het interview begint met het verschil tussen augmented en virtual reality. Bij augmented reality (AR) verrijk je de echte wereld met virtual reality. In feite leg je er een soort laagje over. Denk bijvoorbeeld aan Pokémon. Bij virtual reality (VR) ben je in een virtuele wereld, dan ben je dus echt ergens anders.

Context en immersie

Bij zowel AR als VR voor onderwijsdoeleinden zijn de begrippen context en immersie belangrijk. Immersie betekent dat je wordt ‘ondergedompeld’ in de ervaring. De context die je creëert is belangrijk vanuit het principe van situated learning. Het is belangrijk om te leren in de omgeving waarin je de kennis toepast.

Hierarchy of Needs in Virtual Reality

hierarchy of needs in virtual reality

De Hierarchy of Needs in Virtual Reality is een theorie van Beau Cronin die aangeeft wat je nodig hebt voor een goede VR-ervaring. Onderaan de piramide staat ‘comfort’. Dat betekent dat de hardware en de beweging door de ruimte zo is, dat je geen simulation sickness krijgt. De tweede laag is ‘interpretability’. In hoeverre kun je jezelf en je acties relateren aan wat er gebeurt? De laag hier weer boven is ‘usefulness’. Is het gebruik van de applicatie zinvol? In de bovenste laag gaat het om plezier. Is het leuk om te doen?

De piramide lijkt hiërarchisch, maar is dat eigenlijk niet. Je hebt alle lagen nodig. Een VR-applicatie kan heel leuk en nuttig zijn, maar als je er misselijk van wordt, zal niemand hem gebruiken.

En toen? Een afknapper

En toen werd het laatste deel van de module toch nog een beetje een afknapper helaas. Met het lezen van een bron die ongeveer hetzelfde vertelde als ik al eerder had gelezen (maar misschien heb ik de verkeerde bron gekozen) en extra voorbeelden die veel leken op de eerdere. Daarna dacht ik de zelftoets te gaan doen, want ja, dat is op zich altijd fijn. Maar ook die viel een beetje tegen. Dat kwam denk ik door het detailniveau van de vragen, maar ook door de formulering waarvan ik in de war raakte. Mijn gevoel voor onderwijskundige kwaliteit trekt dat niet zo goed.

Lees ook: activeren in online onderwijs

Virtual Reality, een meerwaarde in het onderwijs?

Maar om deze blogpost niet te laten eindigen als een nachtkaars, wil ik graag een LinkedIn-artikel met jullie delen. Hierin recenseer ik het boek ‘leren met VR/AR’, dat heel veel voorbeelden en mogelijkheden beschrijft. Het is een heel fijn inspiratieboek, dat tegelijkertijd praktisch is en zeker niet alleen geschikt voor docenten.  Mijn artikel daarover vind je hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *