Beginnen met blended learning: hoe doe je dat?

Beginnen met blended learning: hoe doe je dat?

OK, je gaat beginnen met blended learning, maar hoe dan? In de wondere wereld van de ontwerpmodellen en werkvormen kun je helemaal losgaan. En daardoor ook de weg kwijtraken. Waardoor wat eerst zo’n goed idee leek, een hoofpijnproject wordt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Ik vertel je hoe ik begin met blended learning en geef je tips, trucs en links naar leesvoer.

.

Blended learning

Maar ‘first things first’: wat is blended learning? Daar zijn honderdduizend (oké, een beetje overdreven) definities van in omloop natuurlijk. Wat ik een fijne vind, is deze: een mengvorm van face-to-face en ict-gebaseerde onderwijsactiviteiten, leermaterialen en tools. Beide soorten leeractiviteiten maken een substantieel onderdeel uit van het onderwijs en idealiter versterken ze elkaar. Je gebruikt IT om effectief, efficiënt en flexibel leren mogelijk te maken. En met een goede ‘blend’ stijgt (ook) het leerrendement en de tevredenheid van studenten en docenten. Voor de taalneuroten en begrippenfanaten: lees hier vooral verder.

.

beginnen met blended learning

.

Blended learning wave

Als je gaat nadenken over jouw eigen ‘blend’, dan is de blended learning wave een toegankelijk model om erbij te pakken. Het is een soort storyboard waarmee je de onderlinge verhoudingen van leeractiviteiten in beeld brengt en een logische volgorde van leren vaststelt. Je maakt daarmee een mooie, visuele praatplaat. Die kun je met je stakeholders bespreken, maar nog liever maak je ‘m samen met die stakeholders. Meer over dit model en inspiratie voor andere modellen vind je in dit boek.

.

Low, medium en high impact

In de invulling van die blended learning wave kun je natuurlijk helemaal los gaan. Met heel nieuwe leervormen, didactische strategieën en mooie toeters en bellen. Zo’n volledig herontwerp kan een goede keuze zijn, maar dat hoeft niet. Daarom: ‘bezint, eer ge begint’. En dat bezinnen begint bij de indeling die Alammary, Sheard en Carbone (2014)  hebben gemaakt. Zij onderscheiden drie vormen van een mogelijke blend (met dank aan deze LinkedIn-post):

.

  1. 𝗟𝗼𝘄-𝗶𝗺𝗽𝗮𝗰𝘁 𝗯𝗹𝗲𝗻𝗱: toevoegen van extra leeractiviteiten in een bestaande cursus, bijvoorbeeld een online discussieforum voor het stellen van vragen.
  2. 𝗠𝗲𝗱𝗶𝘂𝗺-𝗶𝗺𝗽𝗮𝗰𝘁 𝗯𝗹𝗲𝗻𝗱: vervangen van leeractiviteiten in een bestaande cursus, bijvoorbeeld een fysieke brainstorm omzetten naar een online brainstorm.
  3. 𝗛𝗶𝗴𝗵-𝗶𝗺𝗽𝗮𝗰𝘁 𝗯𝗹𝗲𝗻𝗱: volledig herontwerp van een cursus, bijvoorbeeld teruggaan naar je beoogde leeruitkomsten en de cursus herontwerpen volgens het flipped classroom model.

.

Het advies daarbij is om als je nog nauwelijks ervaring hebt met het ontwerpen van blended onderwijs, om dan te beginnen met de low impact vorm. Ben je onderwijskundig en technologisch zeer goed onderlegd? Maak dan een volledig herontwerp. In het artikel vind je een handige tabel waarmee je voor jezelf de keuze kunt maken. Inclusief voorbeelden. Ieder van die strategieën heeft trouwens voor- en nadelen. Het is goed om daar vast een kleine blik op te werpen, zodat je daarmee wellicht problemen in de toekomst kunt voorkomen. Of alvast kunt voorsorteren op een volgende blended learning stap.

.

Lees ook: 5 misverstanden over blended learning

.

Beginnen met blended learning

Het model gaat uit van ervaring van de ontwerper van blended learning. In het hoger onderwijs (waar dit op gebaseerd is) is de docent vaak zelf de ontwerper. Maar wat als dat niet zo is? Er zijn situaties waarin de L&D’er ervaren is, maar de docent die de training uitvoert niet of veel minder. En natuurlijk kun je als L&D’er stimuleren om net even iets meer te durven of grotere stappen te maken. Maar als je daarbij te ver voor de troepen uitloopt, gaat het ook mis. In die gevallen is het beste advies om klein te beginnen. Op een niveau dat voor de docent of trainer te overzien. Dat kan het niveau zijn waarop hij zelf zit, of net een klein stapje verder. Maar vooral niet teveel verder.

.

Dus: begin klein. Zoek naar kleine interventies en aanpassingen. En maak van daaruit je volgende stappen. Doordat je ervaringen opdoet weet je wat werkt en wat het misschien net niet helemaal is. Of kom je zover dat je er klaar voor bent om nieuwe en grotere stappen te maken. Als L&D’er is het dan denk ik zaak om dat goed in te schatten, daarin mee te gaan, maar ook soms net dat speldenprikje uit te delen dat mensen iets uit hun comfortzone haalt. Spreek bijvoorbeeld samen af om ‘briljant te gaan mislukken‘. Als je vooraf afspreekt dat je een experiment aangaat, accepteer je ook dat het kan mislukken. Maar dat je er meteen wel van kunt leren. Als je daar ruimte voor maakt, stimuleer je het leren over blended learning en creëer je een bron van innovatie.

.

Reacties zijn gesloten.