Empathiekaart: je persona nog beter in beeld

Met een empathiekaart kruip je in de huid van je doelgroep. Of eigenlijk: onder de huid van je doelgroep. Daarmee maak je jouw persona nog scherper. Wat is een empathiekaart? Waarom maak je die? En hoe doe je dat? Daarover gaat deze blogpost.

Lees “Empathiekaart: je persona nog beter in beeld” verder

Content first of design first? Vind de juiste balans

Content first of design first? Voor de gemiddelde onderwijskundige is dit natuurlijk helemaal geen dilemma. Content staat voorop. Altijd. Overal. Maar in de praktijk werkt dat natuurlijk niet zo. Want er is ook vorm. En techniek. Hoe ga je daarmee om? En vooral: hoe vind je de juiste balans?

Lees “Content first of design first? Vind de juiste balans” verder

Schrijf gegarandeerd betere titels: hoe doe je dat?

Schrijf gegarandeerd betere titels???? Dat lijkt een kop die niet helemaal bij deze blog past. Sterker nog: dat ís ook zo. Bij deze daarom alvast de plechtige belofte om dit nooit meer te doen. Maar deze titel is wel heel bewust gekozen. Hij past namelijk wel heel goed bij het onderwerp van deze blog: hoe schrijf je pakkende titels die de lezer vangen en vasthouden?

Gebruik 7 woorden

Dit advies gaf ik al in een eerdere blogpost. Titels met 7 woorden schijnen het beste te werken. En die titel moet zowel informatief als verleidend zijn. Maar hoe doe je dat dan? Waar let je op bij het kiezen van die 7 woorden? En hoe belangrijk is het dat je die 7 woorden goed kiest?

Een titel kan maken of breken

Om met dat laatste te beginnen: een titel kan maken of breken. Een pakkende titel zorgt ervoor dat je de rest van de tekst ook leest (of wil lezen, als het lezen van de tekst bijvoorbeeld een verplicht onderdeel is). Wist je dat zo’n 80% van de lezers meteen afhaakt na het lezen van de titel? En dat kan natuurlijk terecht zijn, omdat de informatie niet van toepassing is. Maar vaak is het onterecht. Omdat de titel niet weet aan te spreken en niet weet te verleiden om verder te lezen. En dat is een gemiste kans.

Lees ook: Hoe schrijf je goede achterflapteksten

Een goede titel is informatief, enthousiasmerend en begrijpelijk

Misschien klinkt dat een beetje saai, maar het is wel belangrijk. Maar als het voor je lezer niet duidelijk is waar je tekst over gaat, haakt ‘ie sowieso af. Omdat je niet weet wat je krijgt en daarom geneigd bent om de tekst te negeren.

Een goede titel is kort en beschrijvend en spreekt je doelgroep aan. Als je zo wilt schrijven dat je gevonden wordt door zoekmachines, kies je altijd een kernbegrip of kernzin. Daarbij zorg je ervoor dat dit kernbegrip in je titel voorkomt.

En dat is ook een goede tip als je teksten voor andere doeleinden schrijft. Het maakt namelijk duidelijk waar je tekst over gaat. Daarnaast zeg je in een titel ook altijd iets over wat je lezer krijgt. Bijvoorbeeld: 5 tips voor het ontwikkelen van aantrekkelijke e-learning. De kernzin is hier het ontwikkelen van e-learning. En wat je lezer krijgt zijn 5 tips om dat te bereiken.

Lees ook: Ouderwetse woorden die je tekst bederven

Krachtwoorden

En wat doet het woord ‘aantrekkelijke’ dan in je titel? Nou, dat is het woord dat je overhaalt om de tekst te willen lezen. Daarmee speel je namelijk in op de emotie van de lezer en raak je hem in zijn onderbewuste. Dit soort woorden noem je krachtwoorden. Het zijn woorden die meer doen dan andere woorden. Die meer aandacht trekken of inspelen op schaarste. In dit artikel vind je een overzicht van 200 krachtwoorden die je kunt gebruiken.

titels
Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay

Cijfers

Misschien heb je ook gemerkt dat het cijfer ‘5’ iets met je doet. Lijstjes doen het namelijk altijd goed. Je lezer weet daardoor wat hij krijgt en het belooft afwisseling. En als je aan de ene tip niets hebt, zijn er nog 4 andere tips. En sowieso valt een cijfer op tussen de letters in een titel. Schrijf daarom altijd ‘5’ in plaats van ‘vijf’.

Jouw beste titel schrijven

Ik vind het zelf altijd fijn om meerdere titels te bedenken, zodat ik de beste kan kiezen. Wees daarbij in eerste instantie niet te kritisch en schrijf alles op wat er in je opkomt. Want je gaat daarna toch nog finetunen en/of schrappen.

Bij dat finetunen en/of schrappen check ik ook altijd of ik in de titel geen dingen beloof die ik in de tekst niet waarmaak. Niets is zo vervelend als een tekst die niet gaat over wat je ervan verwachtte. Met als resultaat teleurstelling, en een lezer die een volgende keer wel uitkijkt om aan een tekst van jou te beginnen.

Om te bepalen of een titel aanspreekt én klopt, kun je ook een testlezer inschakelen. Die vraag je dan of hij je tekst zou willen lezen op basis van de titel, en ook of de titel klopt bij de inhoud. Want zelf zie je dat soort dingen op een gegeven moment niet meer (je wordt ‘blind’ voor je eigen tekst). Daarnaast is een frisse extra blik altijd fijn!

Clubhouse voor online leren: waarom wel of niet?

Ik schreef al eerder over Clubhouse, maar dat was meer ‘hoog over’. Over wat L&D kan leren van Clubhouse. Maar je kunt natuurlijk ook leren met Clubhouse: Clubhouse voor online leren dus. En dat is het onderwerp voor nu. Hoe kun je Clubhouse inzetten voor online leren van anderen en/of jezelf? Wat zijn de voor- en nadelen?

Lees “Clubhouse voor online leren: waarom wel of niet?” verder

Online werkvorm: rad van fortuin

Omdat het leuk is om zo af en toe over iets nieuws te bloggen, is het plan om ideeën voor online werkvormen met jullie te delen. En deze keer de eerste daarvan: het rad van fortuin. Of het de eerste én de laatste is, zal de tijd uitwijzen, maar in ieder geval is het bedoeld als het begin van meer van dit. Dus daarom vandaag een online werkvorm in de spotlight, en dan specifiek: het rad van fortuin.

Lees “Online werkvorm: rad van fortuin” verder

5 tips voor het ontwikkelen van e-learning

“Ik ga een netwerkbijeenkomst organiseren. Wil jij daarin iets vertellen over het ontwikkelen van een goede e-learning? Geen knoppentraining, maar echt vanuit didactiek. O ja, de groep bestaat uit 27 man/vrouw, je hebt 1,5 uur en het moet leuk zijn.”

Dus dat… nou prima; ik maak er wel wat van! En dat leek mij meteen mooie bloginspiratie. In het kader van ‘twee vliegen in één klap’, deel ik mijn 5 tips voor het ontwikkelen van e-learning ook met jullie.

Lees “5 tips voor het ontwikkelen van e-learning” verder

Hoe schrijf je een goede achterflaptekst?

Alle pagina’s van het lesboek zijn geschreven. De meeste pagina’s zijn ge-dtp’d.  Dat is het moment waarop je de achterflaptekst aanlevert aan de dtp’er. De achterflaptekst is de tekst die op de achterkant van het boek komt te staan.

Het woord ‘achterflaptekst’ is eigenlijk best vreemd en het is vooral ook geen mooi woord. Een boek heeft een cover, dat klinkt prima, maar de tekst op de achterkant heet ‘flaptekst’? Dat lijkt niet goed bij elkaar te passen, maar het komt wel ergens vandaan. Het woord flaptekst is er al heel lang. Het komt uit de tijd dat boeken werden gebonden in linnen. Die in linnen gebonden boeken kregen een stofomslag met flappen, bedrukt met informatie over het boek en de auteur. De naam ‘flaptekst’ komt van die flappen.

Hoewel de naam dus niet echt aanspreekt, is de achterflaptekst wel heel belangrijk. Een flaptekst is de reclametekst voor je boek. Don’t judge a book by it’s cover, but by it’s flaptekst :-). Toch is het schrijven van die tekst vaak een haastklus, bijvoorbeeld als de planning strak is (lees: altijd). De tekst die je dan snel in elkaar zet, is misschien wel goed genoeg, maar of je ermee bereikt wat je ermee zou kunnen en willen bereiken? Waarschijnlijk niet. En dat is zonde.

Lees “Hoe schrijf je een goede achterflaptekst?” verder

7 tips voor het werken met inhoudsdeskundigen

In theorie ben ik een hele goede kapper (en het is voor iedereen beter als ik dat niet in de praktijk uitvoer), weet waar het om gaat in het koksvak en zou het best goed doen als medewerker van een bouwmarkt. Dat heb ik vooral geleerd van inhoudsdeskundigen. Door met ze te praten en de praktijk te ervaren. Zo heb ik bijvoorbeeld een praktijkles knippen gehad en reed ik mee in een kiepauto over een zandbaan.

Waarom zijn inhoudsdeskundigen nodig?

Inhoudsdeskundigen zijn altijd nodig. Een project kan niet zonder inhoudsdeskundigen. Als onderwijskundige weet je veel over leren. Die kennis gebruik je om leermiddelen te maken. Dat kun je niet alleen af met je onderwijskundige kennis. Je hebt ook inhoud nodig. Vanuit je eigen werk- en denkniveau maak je een begin met die inhoud, bijvoorbeeld door informatie te verzamelen en bestaand (les)materiaal te lezen. Om die inhoud goed te kunnen plaatsen, heb je inhoudsdeskundigen nodig. Zij kunnen je helpen om te bepalen wat belangrijk is en wat niet, relevante en actuele voorbeelden geven en vertellen of wat je hebt opgeschreven klopt. Voor de ‘makkelijker’ te begrijpen onderwerpen heb je trouwens net zo hard inhoudsdeskundigen nodig als voor de ‘moeilijker’ te begrijpen onderwerpen. Een onderwijskundige is namelijk geen kapper, kok, bouwmarktmedewerker of vul maar aan met elk willekeurig beroep. Je kijkt van buitenaf naar het beroep en hebt hulp nodig om van binnenuit naar het beroep te kunnen kijken. Hierdoor snap je waar het echt over gaat en kun je uiteindelijk het verschil maken in het leermiddel.

Lees “7 tips voor het werken met inhoudsdeskundigen” verder